Zelfborende schroeven

Zelfborende schroeven combineren boren en bevestigen in één montagehandeling. De speciale boorpunt maakt een afzonderlijk voorboorgat in veel metalen toepassingen overbodig, waarna de schroefdraad direct in het materiaal grijpt. Ze worden veel toegepast binnen plaatwerk, staalconstructies, gevelbouw, apparatenbouw en automotive. Het assortiment omvat onder andere zeskantkraag-, pancilinder- en verzonken uitvoeringen. Kies de juiste zelfborende schroef op basis van diameter, lengte, boorcapaciteit, klemlengte, kopvorm, aandrijving, materiaal en oppervlaktebehandeling.

Zelfborende schroeven voor snelle montage in metaal

Zelfborende schroeven zijn voorzien van een speciale boorpunt waarmee ze tijdens montage eerst door het materiaal boren en vervolgens hun eigen schroefdraad vormen.

Hierdoor kunnen meerdere bewerkingsstappen worden gecombineerd.

Ze worden veel toegepast binnen:

  • plaatconstructies;
  • staal- en metaalbouw;
  • dak- en gevelsystemen;
  • machinebouw;
  • apparatenbouw;
  • automotive;
  • technische assemblage.

Vooral bij seriematige montage kan het wegvallen van afzonderlijk voorboren veel tijd besparen.

DIN 7504

Een belangrijke productgroep is DIN 7504.

Binnen DIN 7504 bestaan verschillende uitvoeringen met eigen kopvormen en aandrijvingen.

Veel voorkomende varianten zijn bijvoorbeeld:

  • DIN 7504-K – zeskantkop met kraag;
  • DIN 7504-M – pancilinderkop;
  • DIN 7504-O – verzonken kop.

Afhankelijk van de uitvoering bestaan hiervoor ook internationale ISO-uitvoeringen.

DIN 7504-K / ISO 15480

DIN 7504-K betreft zelfborende schroeven met een zeskantkop en geïntegreerde kraag.

De vergelijkbare internationale uitvoering is ISO 15480.

De buitenzeskant maakt montage met een dop of sleutel mogelijk en biedt een goede krachtoverdracht.

De geïntegreerde kraag vergroot het contactoppervlak onder de kop.

Deze uitvoering wordt veel toegepast bij:

  • staalprofielen;
  • metalen platen;
  • dak- en gevelconstructies;
  • industriële montage.

DIN 7504-M / ISO 15481

DIN 7504-M wordt gebruikt voor zelfborende schroeven met pancilinderkop.

Bij uitvoeringen met kruisaandrijving wordt onder andere ISO 15481 toegepast.

De pancilinderkop blijft boven het oppervlak liggen en biedt een breed steunvlak.

Deze uitvoering is geschikt voor bijvoorbeeld:

  • plaatwerk;
  • machinepanelen;
  • behuizingen;
  • lichte staalconstructies;
  • apparatenbouw.

Naast kruisaandrijving bestaan tegenwoordig ook uitvoeringen met bijvoorbeeld T-ster of andere aandrijvingen.

DIN 7504-O / ISO 15482

Voor een vlakke afwerking bestaan verzonken zelfborende schroeven volgens DIN 7504-O.

De vergelijkbare internationale uitvoering met kruisaandrijving is ISO 15482.

De verzonken kop kan in een passende verzinking van het werkstuk vallen.

Deze uitvoering wordt gekozen wanneer:

  • de schroefkop zo weinig mogelijk mag uitsteken;
  • een vlak oppervlak nodig is;
  • zichtwerk belangrijk is.

De boorpunt

Het belangrijkste kenmerk van een zelfborende schroef is de geïntegreerde boorpunt.

Deze werkt tijdens montage vergelijkbaar met een kleine metaalboor.

De punt:

  1. boort door het materiaal;
  2. creëert ruimte voor de schroefdraad;
  3. waarna de draad zichzelf in het materiaal vastzet.

Hierdoor hoeft meestal niet afzonderlijk te worden geboord en daarna geschroefd.

Boorcapaciteit

Niet iedere zelfborende schroef kan door dezelfde materiaaldikte boren.

De maximale boorcapaciteit wordt bepaald door onder andere:

  • geometrie van de boorpunt;
  • lengte van de boorpunt;
  • schroefdiameter;
  • materiaalsterkte;
  • uitvoering van de schroef.

Een langere schroef betekent niet automatisch een grotere boorcapaciteit.

Controleer daarom altijd de opgegeven boorcapaciteit van het specifieke product.

Klemlengte

Naast boorcapaciteit is ook de klemlengte belangrijk.

Dit is de dikte van de materialen die na montage daadwerkelijk tussen de schroefkop en het bevestigde onderdeel worden geklemd.

De klemlengte moet passen bij de totale dikte van de te verbinden onderdelen.

Een zelfborende schroef kan dus lang genoeg lijken, maar toch ongeschikt zijn wanneer de boorpunt of klemlengte niet bij de constructie past.

Zelfborende schroef versus plaatschroef

Een zelfborende schroef en een plaatschroef lijken op elkaar, maar hebben een belangrijk verschil.

Zelfborende schroef

  • heeft een geïntegreerde boorpunt;
  • kan in geschikte toepassingen zelf het montagegat maken;
  • vormt daarna de schroefdraad.

Plaatschroef

  • heeft geen volwaardige boorpunt;
  • heeft meestal een bestaand gat nodig;
  • vormt vervolgens zelf draad in het materiaal.

Wanneer voorboren moet worden voorkomen, is een geschikte zelfborende uitvoering daarom vaak efficiënter.

Zelfborende schroeven met vleugels

Er bestaan ook zelfborende schroeven met kleine vleugels bij de boorpunt.

Deze worden bijvoorbeeld gebruikt bij het bevestigen van hout of plaatmateriaal op een metalen onderconstructie.

De vleugels kunnen tijdens montage ruimte creëren in het bovenste materiaal en breken af wanneer de schroef het staal bereikt.

Hierdoor kan de schroefdraad goed in het metalen profiel aangrijpen.

Controleer bij deze toepassingen altijd de toegestane materiaaldiktes en boorcapaciteit.

Materiaal & oppervlaktebehandeling

Zelfborende schroeven zijn verkrijgbaar in verschillende basismaterialen, waaronder:

  • gehard staal;
  • RVS.

RVS is een basismateriaal en geen oppervlaktebehandeling.

Stalen uitvoeringen kunnen bijvoorbeeld worden voorzien van:

  • elektrolytisch verzinkte oppervlaktebehandeling;
  • zinkflake;
  • andere corrosiebeschermende systemen.

Bij RVS-zelfborende schroeven kan de boorpunt afhankelijk van de constructie anders zijn uitgevoerd om voldoende boorvermogen te verkrijgen.

Montage

Voor een goede montage moet het toerental en de aandrukkracht passen bij:

  • diameter;
  • boorpunt;
  • materiaaldikte;
  • materiaalsoort.

Een te hoog toerental of verkeerde montage kan de boorpunt beschadigen of oververhitten.

Ook moet de schroef zo recht mogelijk op het werkstuk worden geplaatst.

Gebruik altijd de correcte bit of dop en voorkom onnodig doordraaien nadat de verbinding is vastgezet.

Zelfborende schroeven bestellen bij ROKAFAST

Bij ROKAFAST vind je zelfborende schroeven voor professionele toepassingen binnen metaalbouw, plaatwerk, machinebouw en technische montage.

Kies de juiste uitvoering vooral op basis van DIN- of ISO-uitvoering, diameter, lengte, boorcapaciteit, klemlengte, kopvorm, aandrijving, materiaal en oppervlaktebehandeling.

Zo selecteer je een zelfborende schroef waarmee boren en bevestigen efficiënt in één montagehandeling kunnen worden uitgevoerd.

Veelgestelde vragen

Wat is een zelfborende schroef?

Een schroef met een geïntegreerde boorpunt die in geschikte materialen zelf het montagegat boort en vervolgens de schroefdraad vormt.

Welke norm wordt veel gebruikt?

DIN 7504 is een belangrijke normreeks voor zelfborende schroeven met verschillende kopvormen.

Wat is DIN 7504-K?

Een zelfborende uitvoering met zeskantkop en kraag. De vergelijkbare internationale uitvoering is ISO 15480.

Wat is DIN 7504-M?

Een zelfborende schroef met pancilinderkop. Voor uitvoeringen met kruisaandrijving wordt onder andere ISO 15481 gebruikt.

Wat is DIN 7504-O?

Een zelfborende schroef met verzonken kop. Voor de kruisaandrijving is ISO 15482 een bekende internationale uitvoering.

Moet je zelfborende schroeven voorboren?

Bij geschikt materiaal en binnen de opgegeven boorcapaciteit normaal gesproken niet.

Waar moet ik bij selectie vooral op letten?

Op diameter, lengte, boorcapaciteit, klemlengte, materiaaldikte, kopvorm, aandrijving, materiaal en oppervlaktebehandeling.